Kunstvormen » Quilts

Quilten of doorpitten is een handwerktechniek waarbij drie lagen textiel met een doorstiksteek op elkaar genaaid worden.
De drie lagen zijn:
• De top. Dit kan een hele lap stof (whole cloth) zijn of patchwork.
• De tussenvulling. Deze laag heeft een isolerende functie en wordt vaak van wol, katoen of een synthetisch materiaal gemaakt.
• De achterkant. Dit is een lap textiel of patchwork.

Deze drie lagen op elkaar heet een sandwich. Het quilten van deze drie lagen op elkaar gebeurt met een rijgsteek. Het eindresultaat heet een quilt.
Trapunto, boutis en Zaans stikwerk zijn reliëftechnieken die ook gebruikt wordt bij het quilten. De motieven worden dan extra opgevuld met katoenen draden en/of vulmateriaal, waardoor het lijkt of ze boven op de stof liggen. De termen worden door elkaar gebruikt, maar zijn verschillende technieken. Waar voor trapunto met drie lagen stof wordt gewerkt, wordt bij boutis en Zaans stikwerk met twee lagen gewerkt.
Het verschil tussen boutis en Zaans stikwerk is te vinden in de gehanteerde steek. Bij boutis is dit een verfijnde vorm van een rijgsteek, bij Zaans stikwerk wordt een stiksteek toegepast. Omdat het bij boutis en Zaans stikwerk om 2 lagen gaat, mogen werkstukken gemaakt met behulp van deze technieken zuiver bekeken geen quilts genoemd worden.

Patchwork is een handwerktechniek waarbij lapjes katoenen stof van verschillende kleur en grootte aan elkaar worden genaaid. "Patch" betekent lapje stof. De lapjes stof kunnen in verschillende kleuren, dessins en vormen gebruikt worden, waardoor er ontelbare mogelijkheden zijn om tot een origineel eindproduct te komen.

Kunstenaars binnen deze kunstvorm: