Kunstvormen

3D werken

Acryl schilderen

Aquarelleren

Beeldende vormgeving

Beeldhouwen

Binnenhuisarchitectuur

Brandschilderen

Ei-tempera

Emailleren

Etsen

Fijnschilderen

Fotografie

Gemengde technieken

Glas-in-lood

Glasfusing

Gouache

Een gouache is een op waterverf gebaseerd schilderij waarbij de ondergrond niet meer zichtbaar is, dit in tegenstelling tot een aquarel.

Grafisch werk (lino's, houtsneden)

Installaties

Keramiek

Mandalatekenen

Mandala is sanskriet voor cirkel. De cirkel als uitgangspunt voor tekeningen, beeldhouwwerken en vensters vinden we in veel oude culturen. De cirkel is het symbool van heelheid, bij het tekenen is het een veilige plek. Bij het mandalatekenen is de cirkel het uitgangspunt, het houvast voor bijvoorbeeld geometrische of rosetachtige figuren. Het invullen van de cirkel op een intuïtieve manier is een heerlijke bezigheid. Het gaat om de beleving van het tekenen en het inkleuren en al bezig zijnde ontstaan vaak de mooiste dingen.

Material Arts

Olieverf schilderen

Eén van de technieken van het schilderen met olieverf is de z.g. "oude" techniek, waarbij je zelf de verf maakt.
Mieke werkt met deze techniek en omschrijft deze als volgt.
Momenteel ben ik bezig met oude schildertechnieken en dat houdt het volgende in:
1. zelf opspannen van het doek.
2. het maken van een impregneermiddel zoals gesso.
3. pigmenten wrijven met een loper, onder toevoeging van een zelfgemaakt medium.
4. er wordt gewerkt van mager medium naar vet. Dit is 30% lijnolie en 70% terpentijnolie, enkele druppels siccatief om de aangebrachte verf op het doek te laten drogen
5. bij de volgende zeer dunne lagen wordt er steeds meer lijnolie toegevoegd en minder terpentijnolie.
6. de laatste lagen worden geglaceerd met een medium van 50% harsolie en 50% terpentijn en enkele druppels siccatief.
7. door de glaceerlaag gaan de aangebrachte lagen glanzen en krijgt het doek een mooie diepte en kleur.

Pastelkrijt

Pentekenen

Poëzie

Porseleinschilderen

Quilts

Quilten of doorpitten is een handwerktechniek waarbij drie lagen textiel met een doorstiksteek op elkaar genaaid worden.
De drie lagen zijn:
• De top. Dit kan een hele lap stof (whole cloth) zijn of patchwork.
• De tussenvulling. Deze laag heeft een isolerende functie en wordt vaak van wol, katoen of een synthetisch materiaal gemaakt.
• De achterkant. Dit is een lap textiel of patchwork.

Deze drie lagen op elkaar heet een sandwich. Het quilten van deze drie lagen op elkaar gebeurt met een rijgsteek. Het eindresultaat heet een quilt.
Trapunto, boutis en Zaans stikwerk zijn reliëftechnieken die ook gebruikt wordt bij het quilten. De motieven worden dan extra opgevuld met katoenen draden en/of vulmateriaal, waardoor het lijkt of ze boven op de stof liggen. De termen worden door elkaar gebruikt, maar zijn verschillende technieken. Waar voor trapunto met drie lagen stof wordt gewerkt, wordt bij boutis en Zaans stikwerk met twee lagen gewerkt.
Het verschil tussen boutis en Zaans stikwerk is te vinden in de gehanteerde steek. Bij boutis is dit een verfijnde vorm van een rijgsteek, bij Zaans stikwerk wordt een stiksteek toegepast. Omdat het bij boutis en Zaans stikwerk om 2 lagen gaat, mogen werkstukken gemaakt met behulp van deze technieken zuiver bekeken geen quilts genoemd worden.

Patchwork is een handwerktechniek waarbij lapjes katoenen stof van verschillende kleur en grootte aan elkaar worden genaaid. "Patch" betekent lapje stof. De lapjes stof kunnen in verschillende kleuren, dessins en vormen gebruikt worden, waardoor er ontelbare mogelijkheden zijn om tot een origineel eindproduct te komen.

Schrijven

Tekenen

Tekenen

Tuinarchitectuur

Vaandels

Een vaandel is een onderscheidende vlag bedoeld om de nationaliteit van een schip aan te duiden of een militaire eenheid te herkennen.
Uit die laatste variant zijn de vaandels van gilden en schutterijen ontstaan.
Daarnaast zijn er nog de religieuze vaandels, vooral meegedragen in processies.

Vilten